Gastvrijheid in Maleisië

Donkere wolken pakken zich samen boven de plattelandsweggetjes vlakbij de stad Pasir Mas in het noorden van Maleisië. Families zitten samen onder de veranda, er scharrelen kippen rond en er worden vuurtjes gestookt. Een waterbuffel baant zich een weg door de rijstvelden en kijkt ons loom en ietwat verbaasd aan. Mijn partner Tieme en ik zijn op fietsvakantie en het is de eerste avond in Maleisë. Het wordt bijna donker en we hebben in dit bewoonde gebied moeite met het vinden van een kampeerplek. Dan breekt de hemel open en worden we getrakteerd op een enorme tropische regenbui. Binnen no-time zijn we doorweekt en kunnen we nauwelijks meer zien waar we fietsen. Oké, wat nu?

Door de deken van regen ontdek ik ineens een vrouw die driftig naar ons zwaait. ‘Kom kom!’ roept ze. Zonder aarzelen keren we om, zetten onze fietsen dankbaar onder het afdakje en wringen onze haren uit. We worden verwelkomd door opa’s en oma’s, ooms en tantes en een heleboel kinderen die ons nieuwsgierig aankijken. Als we proberen uit te leggen dat we op fietsvakantie zijn en op zoek naar een kampeerplek, wuift de vrouw des huizes onze woorden zonder pardon weg. Vanavond wordt er niet gekampeerd, jullie zijn nu onze vrienden en slapen dus hier.

We verplaatsen ons naar een hutje dat bestaat uit een keuken en een huiskamertje. Er zijn een paar kleine ramen en het is er muf en donker. Op de vloer ligt een gekleurd kleed, er staat een stoffige bank en in de hoek ligt het skelet van een oude auto opgestapeld. We gaan op de grond zitten en de kinderen verzamelen zich om ons heen. Al gauw ontstaat er een uitwisseling van taal. We leren dat kind, anak is en de meervoudsvorm simpelweg anak anak. Ook komen we erachter dat het woord ‘gisteren’ niet bestaat in Maleisië. ‘Waarom zou je een woord voor gisteren hebben?’, zegt onze gastvrouw Adhira lachend.‘Dat doet er toch helemaal niet toe!’

In de keuken is het een drukte van jewelste. Er wordt een kokosnootcurry gekookt, Adhira staat noedels te bakken en er wordt een boel gelachen. Ik word tot Maleise vrouw gedoopt en nadat ik me in een kleurrijke traditionele rok heb gehesen, wensen de vrouwen me allemaal een heleboel gezonde baby’s toe. Mensen lopen in en uit en een passerende buurman vraagt zich verbaasd af wie deze ongewone gasten zijn. Adhira kijkt hem aan met opgetrokken wenkbrauwen.‘Dit zijn vrienden uit Nederland, hoezo?’ De buurman lijkt niet echt overtuigd en vraagt vertwijfeld ‘Maar wat doen ze hier?’ Adhira haalt haar schouders op, ‘dat wat vrienden doen, bij elkaar op bezoek komen!’ De buurman druipt af en Adhira kijkt hem lachend na.

Het is gezellig, ongedwongen en we voelen ons thuis in deze warme familie. De jongens oefenen buiten de Thaise boxstijl Muay Tay en we krijgen noedels, eieren en de traditionele Bubur cha cha- een romig toetje met kokosmelk en suiker, voorgeschoteld. We eten onder het strenge toeziend oog van Adhira totdat we bijna ontploffen. Er wordt een bed aan ons afgestaan, ondanks onze protesten en rond 23.00 uur gaan we moe en voldaan naar bed. 

De volgende ochtend staan er Maleisische zoete melkthee en koekjes klaar en mogen we pas gaan als we beloven een keer terug te komen. De regen heeft plaatsgemaakt voor een koele ochtendzon en dankbaar fietsen we verder. Dit was nog maar onze eerste nacht in dit land maar ik ben nu al veroverd door de gastvrijheid, de taal en de toetjes. Ik ben benieuwd wat onze fietsvakantie door Maleisië nog meer voor ons in petto heeft. 

Elske Huising