Individuele Fietsvakanties in Azië

Reisverslagen

China en Vietnam: De Kleurrijke Route: van Kunming naar Hanoi

Door: Martin Kat, september 2007
Kunming is een moderne stad. Veel kleurige reclame verlichting aan de gevels van de hoogbouw. In de oude stad is nog laagbouw met kleine bedrijven en markten. Centraal ligt een meer met een leuk park. Kunming is een winkelparadijs.

Kunming uitfietsen is leuk. Slalommen tussen elektrische brommers, handkarren en auto’s. Het ten zuiden van de stad gelegen meer brengt rust na 10 km stadsfietsen.
Een rustige secundaire weg naast een nieuwe tolweg. Steeds uitzicht op het meer. Na 50 km fiets ik temidden van een paar honderd vrachtauto’s de modder in. Gelukkig niet lang. Op een brede boulevard wijst een helderziende Chinese fietser me ongevraagd de weg. Op Jianshui na kom ik in dorpen en steden waar vrijwel geen westerlingen komen. Eten en hotelkamers krijg ik met handen- en voetenwerk. Het boekje ‘Point it’ wordt ‘stuk gekeken’. Oude mannen lopen nog in Mao-pak. In Tong Hai dool ik door winkelstraten. Vanaf zes uur is het pantoffelparade. Gezellig. Eten bij de opschep. Dan hoef je alleen maar naar de bakken te wijzen voor een lekkere maaltijd. Naast me slurpt een Chinees met maar een arm zijn bamisoep. Probleemloos: voor het eten met stokjes heb je maar 1 arm nodig. Daar kunnen mes en vork niet aan tippen.
Op zondag laat op het platteland iedere Chinees zijn karbouw uit aan een touwtje. Het is hier ontspannen fietsen.
Gejiu, de laatste stad op het plateau van Yunnan, is een miljoenenstad. Mooi gelegen aan een groot meer en beschut door de omringende bergen. Veel nieuwbouw, maar ook een ouderwets park, met een roestige draaimolen en dammende bejaarden. Voor het eerst zie ik een Chinese pornoverkoper. Zeer illegaal en zeer uitzonderlijk. Hij kijkt er ongemakkelijk bij. Niet opwindend.
Liftend door een twee km lange tunnel verlaat ik de stad. Er volgt direct een heerlijke afdaling van 30 km naar het dal van de Rode rivier, die ook echt rood is. Dagenlang fiets ik in ‘n tropisch klimaat langs de rivier tot in Vietnam.
Aan de Chinese kant van de grens staan honderden Vietnamesen met speciaal geprepareerde transportfietsen. Aan lange stangen bij het stuur en het zadel hangen ze grote tassen vol Chinese waren. Zo wankelen ze de grens over, soms met zijn drieën een fiets in bedwang houdend.

Vietnam
Het eerste wat in Vietnam opvalt zijn de vele groene helmen, nog bekend uit de televisiebeelden van de ‘Amerikaanse oorlog’ en de vele bromfietsen. De terrassen met tapbier zijn een aangename verrassing.
Na een zware klim bereik ik Sapa, bergstad en uitgangspunt voor vele wandelingen. Kleurrijk geklede vrouwen wandelen massaal mee met de Westerse wandelaars. Ze prijzen hun souvenirs onophoudelijk aan. De markt is louter geur en kleur.
Na Sapa moet ik wekenlang klimmen en dalen. Het lijkt wel of ieder dorp zijn eigen klederdracht kent. Watervallen storten zich in de rivieren. Wolken omzomen de groengrijze bergtoppen. Daarachter liggen China en Laos. Er zijn geen toeristen. Wel bromfietsers, gekleed voor grote afstanden. Een enkele auto of vrachtwagen. Sommige chauffeurs kom ik dagenlang tegen. Ze bevoorraden de dorpen en stadjes. We begroeten elkaar steeds uitbundiger. Sommigen willen me beslist een lift geven. Weigeren is moeilijk, maar ik doe het toch.
Na Dien Bien Phu, een kleurloze mythe, wordt de weg steeds slechter. Ik ploeg door modder en over steenslag. Waar een rivier de weg overstroomt ontstaat altijd een brommerwasplaats. Ik schuif dagelijks meerdere malen met mijn fiets aan.
De passen zijn zwaar, maar boven is het uitzicht overweldigend. Ik daal met mijn nieuwe helm op het hoofd. Gekocht in Kunming.
In de dalen waden kleurrijke vrouwen door snel stromende riviertjes naar hun huis. Een zak rijst op het hoofd, een kip in de hand.
In Tuan Gia exerceren honderden scholieren op een groot grasveld. Weer die groene helmen. Als ik stop om een foto te maken verstoor ik de kadaverdiscipline. De scholieren juichen me toe. Ik geniet. Ik doe wat de Fransen, de Amerikanen en de Chinezen niet gelukt is: ik verstoor de discipline.
Ruim 3 weken na vertrek uit Kunming fiets ik in de stromende regen Hanoi in.
Brede boulevards met druk, maar vloeiend verkeer. Ik vind Hanoi een prettige stad. De stad kent weinig hoogbouw en weinig kaalslag. Hanoi is net niet gebombardeerd door de Amerikanen.
De oude binnenstad van Hanoi is als de Amsterdamse wijk de Jordaan op Koninginnedag. Maar dan honderd keer zo groot, vol auto’s en brommers die hun weg zoeken. Meedogenloos. De brommers worden op de stoep geparkeerd. Iedere winkelier vindt ze voor zijn zaak in de weg staan en versleept ze naar zijn buurman. Die doet hetzelfde. Enzovoort. Als je op een straatterras een biertje drinkt kun je uren kijken naar brommerverslepende middenstanders. Soms vinden winkelende Vietnamesen hun bromfiets uiteindelijk een paar blokken verder terug.
Als ik ’s avonds zit te eten op een dakterras zie ik vanuit de hoogte een dik jongetje in zijn kinder-SUV op batterijen een winkel uitrijden. Zijn even dikke broer begeleidt hem. Dikke mensen zijn zeldzaam in Vietnam. Moeder verkoopt voor de deur noten, maar maakt ruimte voor hem. Zonder aarzelen rijdt hij de weg op. Drie bromfietsers duiken in de remmen. Dertig erachter staan dwars over de weg. Niemand zegt iets. Het jongetje bereikt onverstoord de overkant, knipperlichten op zijn stuur. Hij verdwijnt om de hoek. Broer volgt hem mobiel telefonerend op een stuntfietsje: kleine wielen, steunen op de achteras. Mijn eten wordt koud. Oma kijkt bezorgd naar de hoek, opa tapt nog een biertje. Ik neem nog een slok van het mijne.
Mijn reis eindigt bij de straatkapper voor het hek van het mausoleum voor Ho Chi Min.
In de spiegel aan het hek zie ik mijn gezicht: gebruind, het haar keurig opgeschoren en de ingevallen wangen van een kilo’s lichter lichaam. Het was een mooie reis.



Laatste update: 22-07-2010

DHTML JavaScript Menu By Milonic